3 Het revanche principe

“Leven” bestaat hoofdzakelijk uit interacties tussen mensen en tezelfdertijd moeilijkheden en dingen die ons overkomen het hoofd bieden.
Moeilijkheden moeten kunnen verwerkt worden op de juiste manier. Het belangrijkste hierbij schijnt te zijn dat wij een gezonde basis hebben kunnen opbouwen . Wat indien we dat goed zelfbeeld niet hebben, onze ware ik niet hebben kunnen vinden ?
We kunnen de theorie van het “levensscript” vergelijken met het “revanche principe” : wie in de eerste levensjaren gefrustreerd geraakt is door het niet vervuld geraken van behoeften aan aandacht of waardering, zal onbewust zijn verdere leven streven naar het opnieuw beleven van een dergelijke situatie in een relatie, in de hoop de frustratie te kunnen ongedaan maken.

Het is ook zo dat onze maatschappij eigenlijk gefundeerd is op een netwerk van partnerrelaties, dit oorspronkelijk voor het voortbestaan van de soort. Het zoeken naar een passende partner is dus een van de belangrijkste interacties die zich voordoen.
De mens is echter al lang voorbij het stadium van de voortplanting alleen. Misschien omdat wij door onze grote kwetsbaarheid de enige soort zijn die heel lang voor zijn jongen en ook voor elkaar moet kunnen zorgen? Een letterlijke samen-leving dus.

Om alle gevaren te kunnen het hoofd bieden moeten wij beschikken over een gezonde dosis zelfvertrouwen en vertrouwen in onze medemensen, dus ook in onze partner. We moeten ons goed voelen in onze relatie , willen wij onze kinderen veilig kunnen grootbrengen, willen wij alle moeilijkheden in het leven kunnen verwerken.

Waarom blijven sommige partners bij elkaar, al blijven ze constant op elkaar vitten? Waarom schijnen sommigen steeds op een foute partner te vallen? Waarom laten sommigen zich partnergeweld welgevallen en proberen ze steeds opnieuw?

Er zijn verschillende mogelijkheden : Een eerste mogelijkheid is omdat zij geleerd hebben dat het zo hoort en die negatieve strokes als hun levensscript ingesteld hebben. Zij verwachten dus niets anders dan bevestiging van wat ze kennen . Hun werkelijke verlangens zijn waarschijnlijk verdrongen, of ze voelen zich niet gelukkig zonder te weten waarom. Soms wordt het werkelijk een soort testing die eindigt in : “zie je wel?”, een interne negatieve cognitie die bevestigd wordt.

Een andere mogelijkheid is dat zij verwachten dat de partner ooit nog zal veranderen en zij zo hun revanche zullen hebben. “En deze keer zal het wel lukken”. Deze mensen hebben dus verwachtingen die steeds opnieuw gefrustreerd geraken.
Waarschijnlijk zullen de orale mensen degenen zijn die zich verliezen in een relatie, die te veel in de liefde investeren. Zich opofferen is immers een van de typische kenmerken.

Wat mij opvalt is dat sommigen zich toch gaan identificeren met de in gebreke gebleven ouderfiguur. Was hun vader dominant en narcistisch, dan zijn zij er dikwijls erg boos op, maar ontwikkelen tezelfdertijd dezelfde dominante en narcistische houding tegenover hun partner. Soms zijn dit meisjes en soms zijn dit jongens.
Idem met de moeder. Blijkbaar hangt de functie van rolmodel evenmin vast aan de sekse .
Het “slachtoffer wordt dader”- principe geldt hier blijkbaar boven het revancheprincipe…. Hier blijkt mijns inziens dat het niet duidelijk is wie van de twee zorgfiguren het meest invloed heeft.
Is de moeder oraal en de vader fallisch of omgekeerd, dan kan het ene kind oraal zijn en het ander fallisch, ongeacht hun sekse. Het is echter typisch voor de fallische fase dat men “imiteert” want men probeert net te doen wat de “omgeving” belangrijk acht. Men identificeert zich met dus met een ouder. Logischerwijs zou dat de fallische ouder moeten zijn. En toch lijkt het alsof sommigen zich met de andere ouder identificeren. Soms primeren zelfs andere ontwikkelingsfasen.
Deze constateringen doen bij mij het vermoeden rijzen dat , door de complexiteit van een mens, er nu eenmaal veel verschillende factoren een rol spelen in de ontwikkeling van de persoonlijkheid.
Bij de “keuze” van de fase waarin men zich fixeert speelt soms ook het afweersysteem van de ” regressie” naast die van identificatie.
Volgens mij is daarmee ook bewezen dat wij potentieel alle fazen in ons hebben, dat wij “over sluimerende mogelijkheden beschikken” om onszelf méér te gaan ontwikkelen en dus om te “groeien” , maar dat wij vaak vastlopen in afweer of slecht -functioneren, zodat wij overdreven nadruk leggen op manieren van ageren van een bepaalde ontwikkelingsfase.
Sommige “eigenschappen” worden overbelicht en anderen onderbelicht wanneer het individu niet goed functioneert . Zelfs indien deze van zichzelf denkt dat hij zeer goed functioneert, heeft hij dikwijls voor zichzelf onmerkbare fouten. Ze kunnen namelijk verdrongen zijn, typisch voor fallisch functioneren, want zij willen hun fouten niet onder ogen zien.
In de TA kan men zien dat bepaalde functies bijvoorbeeld niet juist ontwikkeld zijn of dat de manier van interageren manipulatief wordt .

Dit alles duidt volgens mij op het onvoldoende goed verlopen zijn van het hechtingsproces. Immers, hoe beter de ouders functioneren, hoe beter het kind evenwichtig gestructureerd geraakt. Het kan dan zijn persoonlijkheid verder ontwikkelen tot volwassene, in de wetenschap dat het veilig is, dat het bestaansrecht heeft, dat het aanvaard wordt. Het gebruiken van afweer is in dit geval niet nodig.
Vanaf het prille begin moet de symbiose en dan later het “hechten- onthechten”- mechanisme er zijn. In de puberteit moet de anale fase zelfs primeren, omdat een adolescent werkelijk moet los geraken om een volwassen individu te worden, helemaal apart van de ouders. Het hechten-onthechten –mechanisme, of de afwisseling tussen het nabijheidzoekend en het exploratief gedragssysteem zoals Bowlby preciseert, moet ervoor zorgen dat het individu zich veilig voelt zodat het zichzelf kan leren zijn, zichzelf kan aanvaarden zoals hij is, zelfs met ambetante kantjes en eveneens met het uiterlijk dat ons is meegeven. “Ken jezelf”, accepteer jezelf, jouw manier van zijn, jouw lichaam en jouw mankementen en fouten, dit is meer genitaal functioneren.

De basis in dit hele proces lijkt mij dat de baby met tenminste één figuur in symbiose is kunnen gaan. Het veiligheidsgevoel is dan door deze figuur gecreëerd zodat het kind geleidelijk aan durft loslaten. En later moét het individu zich kunnen losmaken.
Ouders die dan zelf verwachtingen hebben naar hun kind toe, waar het kind blijkbaar frustraties van de ouder moet goedmaken, blijven dan waarschijnlijk hun kind té veel vast-houden, opeisen, gedurende de hele jeugd. Er worden van hen dingen “verwacht”. Sommigen geraken zelfs nooit los , blijven gebukt onder schuldgevoel wanneer ze zich onafhankelijker zouden willen opstellen.
Het lijkt erop dat hier een ook een revanche principe speelt. Zou het kunnen dat er soms een rolomkering gebeurt tussen ouder en kind wanneer bij een ouder de in zijn kindertijd opgelopen frustraties niet worden opgelost door de partner ?

Advertenties

opmerkingen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s