8 Praktijkvoorbeelden

Naast een aantal sociale omgevingsfactoren die a.h.w. de fysiologische behoeften beïnvloeden zijn er ook risicofactoren op het niveau van het kind die een goede hechting kunnen bemoeilijken. Dit kan zijn : handicap, adoptie, premature en couveuze kinderen, aangeboren stoornissen, moeilijk temperament, geboortecomplicaties, ziekenhuisopname op jonge leeftijd, te vroeg, te vaak of te lang gescheiden van moeder, te veel wisselende zorgverleners …..deze factoren hebben allemaal een invloed op het gevoel van onveiligheid of hulpeloosheid.

Onderzoeken hebben echter aangetoond dat risicofactoren die zich voordoen op het niveau van de ouders veel zwaarder doorwegen.
Zijn zij in de mogelijkheid tot het geven van voldoende afstemming ? of :
– Zijn zij zelf personen met onveilige hechting
– Hebben zij zelf te maken gehad met verwaarlozing of mishandeling
– Hebben zij zelf psychische of psychiatrische problematiek
– Hebben zij zelf onverwerkte trauma’s
– Zijn er relationele of seksuele conflicten in de relatie
– Gaat het om een tienermoeder
– …
Al deze factoren hebben een invloed op hoe zij met hun kind zullen omgaan en kunnen dus een ernstige belemmering zijn voor een veilige hechting.

Zonder in detail te treden, kwamen in mijn stage (7 personen) volgende factoren duidelijk naar voor :
afwezig overkomende ouders die opvoeding overlaten aan de grootouders, ouders die zeer veel aandacht hebben voor dienstbetoon naar de maatschappij en minder voor hun kinderen, ouders die door omstandigheden verhinderd zijn de opvoeding op zich te kunnen nemen, adoptie , depressieve ouder, agressieve ouder, zware relatieproblemen tussen de ouders met tussenkomst van het gerecht,…deze omstandigheden komen de ene keer al als ernstiger over dan de andere keer, maar speelden telkens een rol.
Deze cliënten zijn allemaal mensen die gewoonlijk functioneren in onze maatschappij maar waarvan het soms “te veel” was (of is). Het verbaasde mij hoe zij soms in afhankelijke of vermijdende relaties terecht kwamen of hoe uitgesproken de gevoelens tegenover hun ouders wel waren. De enen bleven zich constant inspannen voor de ouders voor goedkeuring die er nooit kwam, anderen haatten de ouders en wilden contact vermijden. Sommigen werden heen en weer geslingerd tussen die twee houdingen.
Bij sommigen was het herhalen van een patroon duidelijk merkbaar.
Sommigen hadden zeer veel kritiek op anderen,maar waren terzelfder tijd zeer alert voor kritiek op hun eigen persoon. Het was ook duidelijk dat zij allen in mij als therapeut en als persoon zéér veel nodige steun en bevestiging voor henzelf zochten. Allen hadden tekort aan zelfvertrouwen.

Advertenties

opmerkingen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s